Gidsen over het inruimen van een kast eindigen meestal bij „minder is meer" en een vaas. En je staat voor de lege plank als tevoren. Onze regel is na te meten: een derde boeken, een derde objecten, een derde lucht, per zichtbaar niveau. Het is een vuistregel uit onze werkplaats, geen norm, en hij werkt omdat hij twee dingen tegelijk regelt, het oog en het gewicht. Wat hij in centimeters betekent, staat direct hieronder.
23 centimeter per derde
Een KUUDU-vak heeft tussen de staanders 69,5 centimeter. Een derde daarvan is 23. Op 23 centimeter staan twaalf pockets, acht non-fictieboeken of zeven studieboeken; de rugbreedtes komen uit ons weegartikel, 1,9, 2,9 en 3,2 centimeter per band. De boeken staan als blok tegen een staander, rechtop en zonder boekensteun, omdat de staander ze houdt. De volgende 23 centimeter zijn voor één object, niet voor drie: een schaal, een lijst, een plant, één ding met ruimte eromheen. En het laatste derde blijft vrij. Er blijft muur zichtbaar, en dat is de bedoeling.
Het tweede effect is het effect dat je niet ziet: een derde boeken weegt bij pockets krap vier kilo, bij studieboeken krap zeven. Een plank draagt twintig. Wie het derdenprincipe in de kijkzone aanhoudt, heeft daar vanzelf lichte planken en kan het gewicht naar beneden leggen, waar het hoort.
Alleen in de kijkzone
De regel geldt voor de niveaus die je bekijkt. De magazijnergonomie verdeelt een kast in zones, en we hebben ze vertaald in het artikel over kasthoogtes: onder 80 centimeter de bukzone, tot 120 de grijpzone, tot 170 de kijkzone, daarboven de rekzone. Het derdenprincipe hoort in de kijkzone, daar wordt beslist of een kast rustig of vol oogt. In de bukzone geldt het omgekeerde: volle planken, gesloten boxen, platen, ordners, het zware en wat je zelden nodig hebt. Een kast die onderin vol is en bovenin voor een derde vrij, ziet eruit als een kast waarin iemand woont.
Het bovenste niveau wordt bepaald door de lichaamsmaten. Volgens DIN 33402-2 reikt een kleine vrouw, vijfde percentiel, met beide armen tot 184 centimeter. Alles boven 180 is rekzone, dus opslag voor wat twee keer per jaar naar beneden komt. Wie daar het derdenprincipe toepast, zet één object neer en laat twee derde vrij; bovenin mag een kast leeg worden.
| Zone | Hoogte vanaf de vloer | Inruimen | Boeken per derde | Gewicht per derde |
|---|---|---|---|---|
| Rekzone | boven 180 cm | één object, twee derde vrij | 0 | |
| Kijkzone | 120 tot 170 cm | een derde boeken, een derde object, een derde vrij | 12 pockets / 8 non-fictie / 7 studieboeken | 3,7 / 4,3 / 6,7 kg |
| Grijpzone | 80 tot 120 cm | twee derde boeken, een derde vrij; het dagelijkse | 24 / 16 / 14 | 7,3 / 8,7 / 13,3 kg |
| Bukzone | onder 80 cm | vol: boxen, platen, ordners | 37 / 24 / 22 | 11 / 13 / 20 kg |
Op thema, op auteur, op gebruik
Binnen de boeken is een tweede systeem nodig, en elk kost iets anders. Ordenen op thema komt overeen met hoe je thuis zoekt: je gaat naar koken, naar architectuur, naar de romans. De prijs zijn de grensgevallen, het kookboek met reisverhalen, en de vraag hoe fijn de thema's worden. Ordenen op auteur, alfabetisch, vindt het snelst en trekt daarvoor thema's uit elkaar; het is het systeem van bibliotheken binnen een vakgebied, niet voor de hele wand. En ordenen op gebruik, wat je dit seizoen leest in de grijpzone, de rest erboven en eronder, is het nuttigste systeem en het enige dat onderhoud vraagt: twee keer per jaar verhuizen er boeken.
Kleur is het bijzondere geval. Het ziet er goed uit, dat bestrijdt niemand, en het werkt voor mensen die boeken als beeld onthouden. De prijs is dubbel: het vinden duurt als je het omslag niet voor ogen hebt, en het negeert het formaat. Zware fotoboeken belanden tussen de pockets omdat ze nu eenmaal rood zijn, en die mix is wat restauratoren in het bibliotheekartikel afraden: grote banden liggen of staan bij grote, zodat de rij recht blijft. Wie op kleur wil sorteren, doet het binnen een formaat: de pockets op kleur, de fotoboeken ernaast.

