Het water begint te ruisen, de molen is een paar seconden lang het enige geluid in huis, en tijdens het wachten kijk je uit het raam zonder iets te zien. Dan het kopje, met twee handen. Een minuut lang is de dag er nog niet.
Meestal gebeurt dat op de plek in de keuken die daar het minst voor bedoeld is. De machine staat naast de gootsteen omdat daar plaats was, de bonen in een kastje, het filter in een la, het lievelingskopje ergens tussen de andere. Je merkt het pas als je ergens anders koffie hebt gezet. In een bar in Bologna bijvoorbeeld, waar de man achter de toog in dertig seconden klaar was omdat hij zich nergens voor hoefde om te draaien: de machine voor hem, de kopjes op de plaat erboven, de suiker ernaast, het schoteltje in de hand.
Een plek die van de koffie is
De Coffee Bar is die toog, alleen thuis en voor één persoon. De machine staat op heuphoogte, waar je haar bedient zonder te bukken. Erboven de bonen, de kan, de pot suiker die niemand meer neemt en die toch blijft staan. Aan de kopjesrail hangen de kopjes die je echt gebruikt, met het oor naar voren. Onderin de box ligt wat de ochtend nodig heeft en wat niemand hoeft te zien: filters, ontkalker, het pak dat nog dicht is. De keuken blijft dezelfde, alleen de route wordt korter, 's ochtends één plek in plaats van vijf, en na een paar dagen is er een volgorde ontstaan waar je niet meer over nadenkt.

